De beginjaren van de Speeltuin. speeltuin santpoort
lees dit artikel in pdf

 

Af en toe gaan pa en moe met ons naar de speeltuin toe,

  • Dat is voor ons kinderen het fijnste dat bestaat…

Een ouderwets liedje dat aan actualiteit nog niets verloren heeft. De enige speeltuin in Santpoort, aan de Valckenhoeflaan, trekt nog altijd veel kinderen met hun (groot)ouders en staat onder de bezielende leiding van Eef Limmen, tante Eef. Vorig jaar zijn veel nieuwe speeltoestellen geplaatst en is er een nieuw gebouwtje gekomen waarin het bij minder goed weer prima toeven is en de kinderen in de winter kunnen knutselen en spelletjes spelen. Het bestaan van deze speeltuin is te danken aan een strijdbare pastoor…
We schrijven het jaar 1934.

In dit jaar werd een speeltuin aan de Wüstelaan tegenover de Bethelkerk geopend door de Speeltuin Vereeniging Spaarnberg.
In september was er een groot zomerfeest voor de kinderen van de leden.
In 1935 en 1936 gebeurde er niet veel in de speeltuin. Kinderfeesten werden in die tijd georganiseerd door Santpoorts Bloei, voorloper van de Stichting Santpoort, die zich inzette voor toeristische activiteiten.
speeltuis santpoort
In 1937 vindt de opening pas in juni plaats.
Hoe het met Spaarnberg verder is gegaan, is onduidelijk. Waarschijnlijk wasw de speeltuin gesloten tijdens de oorlog. Bekend is dat (een deel van ?) het terrein door de Duitsers werd gebruikt om paarden te laten grazen. Tijdens de bezettingsjaren bleven de meeste speeltuinen in Nederland open. Voor de Duitsers waren speeltuinverenigingen ongevaarlijke organisaties, evenals sportclubs, buurt- en clubhuiswerk. Wel werden geüniformeerde jeugdverenigingen verboden, zoals de AJC, de padvinderij en katholieke jeugdbewegingen.

In mei 1946 waren er plannen deze speeltuin op te knappen en een nieuwe speeltuinvereniging op te richten. Op 8 juni werd de speeltuin Jong Santpoort al feestelijk geopend door J.Dubois, voorzitter van de NUSO, de Nederlandse Unie van Speeltuin Organisaties. Voorzitter van de speeltuinvereniging was de heer Jac Gordijn. Dat de opening op zo’n korte termijn kon gebeuren, was te danken aan de medewerking van het gemeentebestuur, het bestuur van Volksherstel en de U.V.V.(Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers) en de medewerking van de vereniging Spaarnberg, die haar terrein beschikbaar stelde. De gemeente had de herstelwerkzaamheden aan de toestellen uitgevoerd. De opening vond plaats door burgemeester M.M.Kwint, die in zijn toespraak opmerkte dat deze speeltuin tot stand gekomen was “voor de, in verschillende opzichten vaak zo ontspoorde jeugd.” De kinderen gingen in optocht naar het speelterrein, voorafgegaan door het muziekcorps Wilhelmina, de neutrale muziekvereniging uit Santpoort-zuid. “Oom Piet”, een bekende poppenkastspeler uit IJmuiden, gaf een voorstelling. Er was toen nog geen clublokaal waarin de kinderen zich op koude en regenachtige dagen konden vermaken.

In 1950 vroeg de vereniging subsidie aan de gemeente voor het bouwen van een clubhuis. Het houten verenigingsgebouw voldeed goed voor het organiseren van clubhuisactiviteiten (volksdans, toneel, zang, figuurzagen) maar kostte de vereniging aan onderhoud en verwarming zo veel dat er in 1954 liquiditeitsproblemen ontstonden, wat weer ten koste ging van het onderhoud van de speeltuin.

De gemeente sprong financieel bij en deed dat opnieuw in 1961 omdat men veel waardering had voor de grote inzet van de vrijwilligers. In dit jaar beschikte Jong Santpoort over een aantrekkelijk zaaltje van 14x6 meter, met een toneeltje, keuken, toiletten en plaats voor 250 personen.

Van wat zich in de jaren ’60 heeft afgespeeld aan de Wüstelaan weten we nog weinig.

Misschien trok de tuin vandalen aan want wegens buurtoverlast ging de speeltuin rond 1970 definitief dicht.

 

speeltuis santpoort

We gaan terug naar 1946. Toen pastoor Goossens van de R.K. parochie Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand ter ore kwam dat de onkerkelijken een speeltuin wilden stichten, luidde hij de alarmklok. Het sprak vanzelf, aldus de pastoor, dat katholieke gezinnen geen lid van een neutrale speeltuinvereniging konden worden. In het bestuur van Jong Santpoort zaten immers communisten, onder wie Van Rooyen, gemeenteraadslid voor de CPN. In een dergelijke omgeving hoorden katholieke kinderen immers niet thuis! Daarvan zou niets dan narigheid komen. De pastoor: “Wie even nadenkt, ziet dit duidelijk in!” Daarom moesten de katholieken zo spoedig mogelijk komen tot de stichting van een katholieke speeltuinvereniging.

Besturen van speeltuinverenigingen vonden dat men een opvoedende taak had, zowel fysiek, sociaal als moreel. In katholieke en protestante kringen stond men op het standpunt dat opvoeding onder auspiciën van de kerk moest plaatsvinden. Zij bekeken het zich uitbreidende speeltuinwerk van de onkerkelijken, de socialisten, met argwaan. De angst van de geestelijkheid was dat de katholieke kinderen op de speeltuin door de leiding konden worden overgehaald ook deel te nemen aan de ontspanningsclubs, terwijl men de kinderen liever in de eigen jeugdverenigingen zag.

In Santpoort werden alle katholieke ouders uitgenodigd op 27 mei 1946 een bijeenkomst bij te wonen in de parochiezaal. Op 21 augustus werd de R.K. Stichting Het Speeltuinwerk opgericht bij notaris J.H.A.M.Anten te Velsen. Voorzitter was de heer H.G.Sanders. Men waarschuwde de ouders nogmaals geen lid te worden van een neutrale speeltuinvereniging: “Denk om uw kind!” Het is niet bekend of de pastoor er schande van gesproken heeft dat naast communisten ook enkele katholieken deel uitmaakten van het bestuur van Jong Santpoort!

Men vond snel een geschikt terrein: het “Terrasbosch” achter de kerk. Het was de bedoeling dat in de zomervakantie de speeltuin elke dag open was. De kinderen gingen dan eerst naar de kindermis om kwart over acht en vervolgens naar de speeltuin. Zo konden ze onder toezicht de vakantie prettig doorbrengen, wat als een zegen werd beschouwd voor de huismoeders. Er waren al veel speeltoestellen: een draaimolen, drie zweefmolens, acht kleine schommels, vier wippen, twee grote schommels en twee stellen ringen. Vonk, de oude smid, had van oud ijzer alle toestellen gemaakt. En er moest natuurlijk een clubhuis komen.

Dankzij de hulp van vrijwilligers kon op zaterdag 3 augustus ’46 de speeltuin worden geopend. De kinderen verzamelden zich op het pleintje bij de Broekbergerlaan en werden afgehaald door de R.K. Harmonie Soli Deo Gloria. De ingang van de speeltuin was feestelijk versierd. Pastoor A.F.J.Goossens beklemtoonde in zijn openingswoord dat de kinderen zich hier nu op een gezonde wijze konden vermaken en zegende de speeltuin in. De vanwege zijn houten been legendarische opa (Coen) Handgraaf was de oppasser. De man had het niet makkelijk: hij werd zo gepest om dat “houten poot”, dat hij er na ruim een jaar al mee stopte.
De Centrale van Velser Speeltuinen schreef in 1949 aan B en W van Velsen dat gebroken moest worden met het stelsel een gepensioneerde als tuinopzichter aan te stellen. Deze mensen zouden de padagogische talenten missen om de jeugd in de tuin bezig te houden en mee te leven “in spel, vreugde en verdriet”. De Centrale voegde er aan toe geen geld te hebben om een dergelijke kracht te betalen.

Niets is nieuw onder de zon. Wie de illusie heeft dat het vroeger allemaal beter was en dat vernielzucht door baldadige jongeren niet voorkwam, heeft een kort geheugen. Jongens, en zelfs meisjes, die in de speeltuin niets te maken hadden, kinderen van ouders die geen lid waren of, nog erger, lid waren van een neutrale instelling, hadden in het voorjaar van 1947 vernielingen aangericht. Maar niet alleen kinderen, ook ouders van beide partijen zouden meegedaan hebben met die vernielingen. Pastoor Goossens speelde in deze strijd bepaald niet de rol van vredesduif!

Het repareren, in stand houden en aankopen van toestellen kostte zoveel geld dat geregeld tijdens de kerkdiensten werd gecollecteerd voor de speeltuin. De speeltuin verloederde echter toch, veel ouders zegden hun lidmaatschap op en in 1952 leek het erop dat de stichting ontbonden zou worden. In de winter dreigde het besluit genomen te worden alles op te ruimen in de hoop uit de opbrengst de schulden te kunnen betalen. Dit werd pastoor Goossens te gortig: hij ging met enkele parochianen praten. Van 1948 tot 1952 bestond het bestuur nog maar uit één persoon, de heer H.A.Vonk. Men vormde nu een nieuw bestuur dat bij tal van mensen in Santpoort kon aankloppen die bereid bleken een duwtje in de goede richting te geven. Aannemers hielpen met materialen, transport en reparaties , bijgestaan door tal van vrijwilligers. Daarnaast verleende de gemeente financiële steun en gaf het steunfonds Sint-Lidwina een renteloze obligatielening uit ter waarde van fl. 2500, verdeeld in 25 obligaties van honderd gulden. In mei 1952 werd de speeltuin feestelijk heropend door de pastoor, wethouder De Boer en gemeenteraadslid Tonino. De pastoor merkte in zijn toespraak op dat een goede ontspanningsmogelijkheid een belangrijke factor is bij de opvoeding van de tegenwoordige jeugd en dat het spel een belangrijke invloed heeft op de karaktervorming van de kinderen. Wethouder De Boer sloot zich hierbij aan met de woorden dat door karaktervorming op jeugdige leeftijd de kinderen later hun taak in de maatschappij beter kunnen verrichten. Soli Deo Gloria had inmiddels een rondgang door het dorp gemaakt en was nu op het speeltuinterrein aangekomen alwaar men het bekende lied speelde “En dan gaan we naar de speeltuin.”

Opvallend is dat bij de heropening in 1952 ook het gemeentebestuur vertegenwoordigd is. In de jaren vijftig was er namelijk in ons land nog concurrentie tussen de neutrale en de katholieke speeltuinverenigingen, pas vanaf het begin van de jaren zestig kwam er meer samenwerking. In 1968 gingen de NUSO en het Katholiek Speeltuinverbond samen op in een nieuwe organisatie. De naam NUSO bleef daarbij behouden.

De R.K.Kerk van Santpoort zegde de huur van het terrein per 1 juni 1955 op zodat het bestuur zich genoodzaakt zag de gemeente te vragen een nieuw terrein aan te wijzen. De gemeente bood het terrein aan de Valckenhoeflaan aan en het bestuur accepteerde dit, zij het met enige aarzeling omdat het niet vlakbij de school en de kerk lag, wat men wel gevraagd had.

Vanaf 1956 is het onderhoud van de speeltuin verwaarloosd. Men wist toen al dat op dit terrein een opvangtehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen zou komen: St. Raphaël, nu het O.C.K. Het Spalier, geheten. Het clubgebouwtje, niet veel meer dan een opberghok met ernaast een WC’tje, viel in de zomer van 1956 ten prooi aan de vlammen toen kinderen illegaal een vuurtje aan het stoken waren. In 1958 vond de verhuizing plaats naar de Valckenhoeflaan waar de gemeente een terrein ontbost had. Sommige toestellen konden verplaatst worden, andere kwamen van andere speeltuinen en er werden ook nieuwe gemaakt. Hier zou de speeltuin een bloeiende toekomst tegemoet gaan. Van enige bemoeienis van de kerk was geen sprake meer en later heeft men het “RK” uit de naam weggelaten. De speeltuin was neutraal! Overigens was het terrein aan de Drinkgrevelaan door de R.K.Kerk van Santpoort kosteloos in bruikleen afgestaan. De speeltuinvereniging heeft nooit een financiële bijdrage van de Kerk ontvangen.

De geschiedenis van het eerste clubhuis aan de Valckenhoeflaan is een verhaal apart. In september 1944 moest op bevel van de Duitse bezetter alle bebouwing tussen Beverwijk en Driehuis afgebroken worden langs de lijn waar nu de spoorlijn loopt. De Duitsers wilden een goed schootsveld hebben voor de verdediging van de vesting IJmuiden.. Wie kans zag nog wat van zijn bezittingen te redden, probeerde zelf zoveel mogelijk te slopen en mee te nemen. Dit deed ook de heer Nijman, de schoonvader van opa Huybens die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de oprichting van de speeltuin. Het dak van het woonhuis en de stal werden gesloopt en naar Spaarndam gebracht; de timmerman Dirk van Geldorp bouwde er een kleine noodwoning van, bedoeld als tijdelijk onderkomen. Na de oorlog is het bouwsel overgeplaatst naar de groentetuin van opa Huybens aan de Kruidbergerweg in Santpoort. In de jaren ’50 werd het gebied bestemd voor woningbouw, zodat het bouwsel weg moest. Door bemiddeling van Dirk van Geldorp kwam het gebouwtje in het bezit van de speeltuin die nog zonder clubhuis was. Van Geldorp stelde als voorwaarde dat Soli Deo Gloria, waarvan hij voorzitter was, hier mocht repeteren. Om het huisje te verplaatsen werd het door leden van het bestuur van de speeltuin en Soli op een aantal rollen gevijzeld en naar de speeltuin getrokken. Het eerste onderkomen heeft nog vele jaren dienst gedaan, namelijk tot Eef Limmen er in 1981 door de vloer zakte.

speeltuin santpoort

Hoe het met de speeltuin Santpoort verder is gegaan, kunt u t.z.t. lezen in een uitgave die verschijnt in 2006, bij gelegenheid van het 60-jarig bestaan.

Pim Boer (met veel dank aan Eef Limmen)

Bronnen:

Weekblad voor Santpoort-Dorp, Santpoort-Station, Rozenstein en Driehuis, 22 maart 1934

Santpoorts Weekblad, 5 april 1946, 3 mei 1946

IJmuider Courant, 20 mei 1946, 5 juni 1946, 12 juni 1946

Santpoorts Weekblad 15 december 1950

Nieuwe Haarlemse Courant, 24 april 1952

Herinneringen van Arie Huybens, genoteerd in 1996

Herinneringen aan de speeltuinen in Santpoort, René Blom, genoteerd in 1999

Peter Selten e.a., Af en toe met pa en moe…, De speeltuinbeweging in Nederland 1900-1995,

De Tijdstroom, Utrecht, z.j.